In Amsterdam is de fiets geen extra laag op de stad; het is hoe veel mensen zich verplaatsen. Bezoekers merken dat het eerst als geluid: een bel, een zuigende band over kasseien, een scherpe bocht om een groep. Wie meedoet, leest dezelfde grond als de forens. Wie loopt, leert waar die grond het fietspad is.
Lees de grond
Rood asfalt of duidelijke belijning markeert vaak het fietspad. Voetgangers op dat pad veroorzaken ontwijkers. Op kades langs de grachten is de scheiding dun. Kijk naar kleur en steen voordat u stapt of trapt.
Voorrang is lokaal
Kruisingen gedragen zich anders dan u van thuis kent. Trams hebben ruimte nodig. Zonder licht bent u in het donker slecht zichtbaar; verlichting op de fiets is in Nederland verplicht. Dat is wet, geen stijladvies.
Snelheid van de stad
Forensen fietsen doelgericht. Stoppen voor een foto midden op het pad is hetzelfde als stoppen op een rijbaan. Stap af en ga naar de stoep. De bel achter u is een verzoek om lijn te houden of ruimte te maken.
Stalling in de straat
Rekken, brugleuningen en gevels staan vol. Een fiets aan een leuning kan worden verwijderd. Bewaakte stallingen bij stations hebben eigen uren, bij de beheerder na te lezen. Slot: frame aan een vast object, niet alleen een wiel.
Tramrails
Groeven vangen smalle banden. Kruis ze onder een hoek, niet evenwijdig. Nat ijzer is glad voor fiets en voet.
Lussen die als stad werken
Een ochtendlus: Jordaan naar Westerpark en terug, zie parken en wijken. Een langere tocht naar Noord via de pont vraagt tijd voor de oversteek. Buiten de stad, in de polder, is de wind harder; dagtrips noemt richtingen, geen bestanden om te volgen.
Regen maakt kades glad. In herfststormen is fietsen mogelijk maar vermoeiend; tram of lopen is dan een nuchtere keuze. Kinderzitjes en bakfietsen horen bij het beeld: geef ze de lijn die ze nemen, vooral bij bruggen.